Ad Pieters

Ad Pieters werd op 28 juli 1916 in Groningen geboren. Een deel van zijn oeuvre wordt op dit moment in het depot van het Groninger Museum bewaard. De collectie bevat ongeveer veertig werken in zeer uiteenlopende technieken.  Het vroege werk bestaat uit figuratieve schilderingen op doek, waaronder een zelfportret en een stilleven. In de collectie bevindt zich verder een map met tekeningen en gouaches, waaronder kleurige landschappen, een havengezicht en een duinlandschap. Het grootste deel van de collectie bestaat echter uit materieschilderingen en assemblages, hoofdzakelijk uit de jaren ’60 en ’70. De meeste van deze werken vertonen abstracte vormen, waarin Pieters heeft geëxperimenteerd met ongewone materialen, vaak afkomstig uit de bouw, zoals afvalhout, kunststof, metaal, gips en mortel. Pieters had, geheel in de geest van zijn tijd, ook belangstelling voor seriëel werk en voor geometrische vormen. Verder zijn er assemblages, waarin zoals bij popart gebruik wordt gemaakt van de symbolen van de moderne consumtiemaatschappij, de cocacolafles bijvoorbeeld. Soms worden materialen op een uiterst vervreemdende manier (à la Meret Oppenheim) gebuikt, waardoor bepaalde voorstellingen een surrealistisch trekje krijgen.
Wie alleen gaat voor het mooie plaatje en het esthetisch verantwoorde werk is bij Pieters aan het verkeerde adres. Niettemin kunnen we vaststellen dat een behoorlijk aantal van zijn werken tot de categorie behoort waarvoor onze stichting is opgericht. Een selectie is echter op zijn plaats en niet alleen omdat we te maken hebben met een groot en letterlijk zwaar oeuvre. Uit kunsthistorisch oogpunt is het zinvol om een accent te leggen op de materieschilderkunst en assemblages. Deze zijn het meest karakteristiek voor de kunstenaar, vooral wanneer hij experimenteerde met (sloop-)materialen uit de bouw, vermoedelijk uit de buurt waar hij in Amsterdam woonde. Deze werken liggen ook in het verlengde van zijn activiteiten in het onderwijs en voor De Werkschuit (kindercentrum voor vrije expressie in Amsterdam).

Van Pieters is bekend dat hij evenals Ploegkunstenaar Jan Jordens, die hij goed kende, een vervent voorstander was van de vrije expressie, waarbij kinderen op school of op clubs werden aangespoord tot het experimenteren met een grote diversiteit aan materialen. Het werk van Ad Pieters is niet goed in een stroming of richting te plaatsen. Daarvoor is het te divers van stijl en zijn veel stukken te ecclectisch samengesteld. Maar Pieters zocht zeker aansluiting bij vernieuwende kunstenaars uit de jaren ’60 en ’70. Zo is er een referentie aan de materieschilderkunst van Bram Bogart en Jaap Wagemaker. Er zijn werken die vanwege de regelmaat doen denken aan de reliëfs van Jan Schoonhoven, of door de evenwichtige geometrie verwant zijn aan de uitgekiende geometrische wandplastieken van Joost Baljeu.
Het zijn deze materieschilderingen en assemblages met abstracte vormen, uitgevoerd in ongebruikelijke materialen uit de bouw, waarvan de SBBKG een selectie van ca vijftien werken wil bewaren in haar depot en toegankelijk wil maken voor het publiek.

7 oktober 2003, Annemarie Timmer