Andries Groen ‘Zo danst de zomer henen’

‘Zo danst de zomer henen’, deze titel gaf Andries Groen in 1966 aan een tekening die hij maakte in de omgeving van Huizinge. Op de voorgrond staan keurig in het gelid een aantal korenschoven, feestelijke zomersculpturen zoals we die tegenwoordig op het land zelden meer zien. Aan de horizon steekt de eigenwijze kerktoren van Huizinge net boven de bomen uit. Het is niet de enige tekening die Groen van het kleine gehucht ten noorden van Groningen maakte. Hij kwam er regelmatig omdat Jannes de Vries hier een huisje bezat, waar hij als goede vriend welkom was. Samen trokken ze op mooie zomerdagen de omgeving in. En zittend op de bagagedrager van de fiets tekenden ze de dorpen en landerijen op het hoge land. De uren in de nabijheid van Jannes de Vries waren kennelijk inspirerend, want op hun gezamenlijke trektochten maakte Groen in de jaren zestig zijn beste werken. Behalve de genoemde impressies van Groninger dorpen als Huizinge, Westerwijtwerd, Oostum, Dorkwerd, Zoutkamp of Termunterzijl maakte hij op een reis met Jannes de Vries door het Land van Maas en Waal een aantal prachtige rivierlandschappen.
Het zijn tekeningen uit deze twee series die nu te zien zijn in het gebouw van de rechtbank te Groningen aan het Guyotplein, een betekenisvolle plek waarmee Groen nauw verbonden is geweest.
In tegenstelling tot een Ploegschilder als Jannes de Vries geniet Andries Groen als kunstenaar weinig bekendheid. Groen, die in 1898 in Nieuw Helvoet (Z.H) is geboren, verhuisde later naar Groningen, waar hij tot zijn dood in 1982 heeft gewoond. Hij behaalde een onderwijsakte voor tekenen en handenarbeid en was gedurende zijn werkzame jaren leraar aan het Instituut voor Doofstommen te Groningen aan het Guyotplein, waar nu de rechtbank is gevestig. Pas na zijn pensionering kon hij zich helemaal aan de kunst wijden. Als schilder was hij echter autodidact en een rasschilder is hij ook niet geweest. Maar dat hij over een mooi tekentalent beschikte bewijzen de tekeningen van Groninger dorpen en van grote rivieren zoals de Maas en de Waal. Juist vanwege de beperking van het materiaal, het pretentieloze karakter van inkt en papier, kon Groen zich onbelemmerd overgeven aan de dynamiek van een rivier in al haar wisselende gedaantes. Soms werd hij geboeid door de rust en de wijdsheid van water en uiterwaarden, door schepen die in een zijarm voor anker liggen of een pontje dat trouw tussen twee oevers heen en weer vaart. Op andere momenten was er juist de sfeer van zwaar weer, en tekende Groen stoere schepen die tegen de stroom op tornen, zich een wegbanend tussen strekdammen en uitgestrekte polders waarin fiere fabriekspijpen de overwegend horizontale beeldrichting prettig verstoren.
Een tekening met bijzondere documentaire waarde is het gezicht op Oterdum. Groen tekende de dorpskern in de zomer van 1964 met de bomen volop in blad. Rechts liggen de kleine boerenhuizen en links, op de dijk van de Eems, staat de kerk. Vijf jaar later moest het dorp wijken voor de oprukkende industrie van Delfzijl en werden de huizen en de kerk steen voor steen afgebroken. Op de plek waar Andries Groen veertig jaar geleden zijn kwast in de inkt doopte staat nu alleen nog een herdenkingsteken met de volgende tekst. ‘Tied dij verandert, ’t neemt almoal ’n keer, kerkje van Oterdum staait er nait meer’.

Annemarie Timmer