Jan van der Zee

De SBBKG is dankzij de collectie Stubbe in het bezit gekomen van een aantal markante houtsneden van Jan van der Zee.” Compositie in bruin en geel” uit 1967 is daar één van. De werken zijn abstract van karakter en daarmee wijken ze af van de overige kunstwerken uit zijn verzameling, die bijna allemaal figuratief zijn. Zoals bekend liet Derk Stubbe zich bij zijn aankopen vooral leiden door zijn voorliefde voor Groningse landschappen en stadsgezichten. Maar daarnaast heeft hij ook divers werk aangekocht van verschillende Groningse kunstenaars die toonaangevend waren in de tijd dat hij zijn collectie opbouwde. Zo’n kunstenaar was Jan van der Zee. Geboren in 1898 in Leeuwarden, trok hij in 1920 naar Groningen om daar een opleiding aan academie Minerva te volgen. Hij was een gewaardeerd lid van De Ploeg in de hoogtijdagen van deze vereniging, van 1923 tot de Tweede Wereldoorlog. Binnen De Ploeg heeft Jan van der Zee zijn eigen stijlontwikkeling gehad. Al in de eerste helft van de jaren twintig geeft hij blijk belangstelling te hebben voor een abstract geometrische manier van werken naar voorbeeld van kunstenaars als Werkman, Van der Lek en Huszar. Samen met mede Ploeglid, Wobbe Alkema ontwikkelt hij een vorm van constructivisme, een richting die hij onder druk van allerlei gebeurtenissen weer verlaat. Hij legt zich vervolgens toe op een figuratief expressionisme en maakt vanaf 1928 alleen nog portretten en landschappen. Dat werk wordt goed ontvangen. Het zijn sobere, ingetogen composities, met een duidelijk zichtbare penseelstreek, de verf dik opgebracht.
Temidden van de vele “Ploeg-landschappen” hebben die van Jan van der Zee hun eigen plaats. Na de oorlog zoekt Van der Zee een nieuwe weg. Hij verlaat De Ploeg die geen rol meer van betekenis speelt, en richt in 1950 met een aantal oude vrienden Het Narrenschip op. Een vereniging die weliswaar maar zeven jaar zou blijven bestaan, maar die wel de weg vrijmaakt voor een nieuw, artistiek klimaat in Groningen. Jan van der Zee blijft zich voortdurend ontwikkelen.Hij staat open voor experimenten, beoefent diverse technieken. Er ontstaan in snel tempo naast felgekleurde landschappen talrijke houtsneden, waarvoor hij veel waardering ondervindt. Van een figuratief expressionisme verschuift zijn werk langzaam in de richting van een abstract expressionisme. Wel blijft net als bij zijn vroege constructivistische werk de visuele waarneming het uitgangspunt. In de jaren zestig neemt de abstrahering steeds meer toe. De grafiek en schilderijen uit deze periode laten beweeglijke, zwierige vormen en lijnen zien, waarin de figuratie vrijwel geheel op de achtergrond is geraakt.
Eind jaren zeventig verdwijnt deze dynamische lijnvoering weer uit zijn werk. De kleurvlakken worden direct naast elkaar geplaatst en het constructivistische element gaat de composities weer overheersen. Tot op hoge leeftijd stond Jan van der Zee open voor vernieuwing en ontplooiing.
Mede hierdoor wordt hij gerekend tot één van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars van Groningen. De houtsneden vormen een belangrijk onderdeel in het oeuvre van de kunstenaar. “Compositie in bruin en geel” uit 1967 illustreert op indringende wijze de krachtige graficus die Jan van der Zee was.

Frédérique van der Palm

Gegevens ontleend aan:
Lammert van Dijk, Elina Taselaar: Jan van der Zee, een overzicht, Fries Museum Leeuwarden, 1986 Groeten uit Groningen, Een keuze uit de verzameling D. Stubbe, catalogus bij de tentoonstelling Harmoniecomplex Groningen, Instituut voor Kunst- en Architectuurgeschiedenis Rijksuniversiteit Groningen, 2004, Josien Beltman, pag. 21 t/m 24.