Gezicht op de Emmasingel

Soort werk: 
Datering: 
1994
Afmetingen: 
60x80 cm

Gezicht op de Emmasingel 1994 60x80 cm olieverf op doek Schilderij uit de pas verworven collectie van Derk Stubbe. Twee jaar voor zijn dood schilderde Marten Klompien dit Groningse stadsgezicht. Een compositie van afgemeerde boten, weerspiegelend water, huizen, een enkele boom. Spel van licht en donker, van beige en blauwgrijze tinten, van atmosfeer en verstilling. Het hoge standpunt voert de blik langs de bocht van het water naar de wazige huizenrij in de verte. De zachte, rustige toets en het diffuse licht maken het doek tot een impressionistisch werk. Qua stijl doet het sterk denken aan Breitner, een schilder die Klompien zeer bewonderde.

Met zijn illustere voorganger deelde hij het verlangen karakteristieke, oude stadsdelen op te zoeken en ze vast te leggen. Stukjes stad waar de moderne tijd nog geen stempel op had gedrukt. Deze instelling maakte Klompien tot een romanticus die zich in de 19e eeuw goed thuis zou hebben gevoeld. In “Gezicht op de Emmasingel” heeft hij dan ook treffend de nostalgische sfeer van dit ongerepte stukje Groningen in zijn compositie weten te vangen. Dit late doek is typerend voor zijn schilderstijl uit de jaren negentig. Geen stevige brede penseelstreken, sombere aardkleuren of gereduceerde vormen in bruin grijze tonen, de beeldtaal die zo karakteristiek is voor Marten Klompien. Maar een werk waarin hij terugkeert naar de manier van schilderen uit het begin van zijn carrière: impressionistisch met een lichtere toets, dichter bij de natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid. Een ingetogen schilderij dat misschien iets zegt over de gemoedstoestand van de schilder in de laatste jaren van zijn leven.

Marten Klompien werd in 1917 geboren in Hoogezand als zoon van een binnenschipper. Al vroeg wist hij dat hij kunstschilder wilde worden, maar pas in 1934 kreeg hij de gelegenheid om de avondopleiding aan de academie Minerva in Groningen te volgen. Hij kreeg onder meer les van Jan Altink, A.W. Kort en C.P. de Wit. In 1945 vestigde hij zich als professioneel kunstenaar in de stad Groningen. In 1952 kreeg hij zijn eerste solotentoonstelling in de destijds befaamde galerie De Mangelgang aan het Lage der A. Het begin van veel exposities. Hij werd gevraagd lid te worden van de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg. Zijn lidmaatschap zou tot 1970 duren. Hoewel vereerd deel te mogen uit maken van dit toonaangevende gezelschap, beschouwde hij zich toch als een buitenstaander. Met zijn donker palet voelde Klompien zich meer verwant aan de Vlamingen, dan aan zijn collega’s uit De Ploeg die kozen voor een fel expressionistisch kleurgebruik.

Marten Klompien bleef in zijn werk altijd uit gaan van de zichtbare werkelijkheid, hoe ver hij ook de abstractie in zijn doeken zou doorvoeren. Zijn belangstelling gold vooral het landschap, het platteland met een enkele boerderij of kerk, weilanden met sloten, maar ook stadsgezichten en havens legde hij veelvuldig vast, het liefst in schemerlicht of winterseizoen. Klompien heeft werken nagelaten vol dynamiek en zeggingskracht die zijn gevoelens en persoonlijke kijk op het Groninger land op indringende wijze vertalen.

Frédérique van der Palm

Gegevens ontleend aan : Marten Klompien, Han Drijvers en Francis van Dijk in: Lokaal Palet, Groningen, stad en land , gezien door zijn schilders 1900-2000., pag. 70 en 90. Marten Klompien, Natalja Oosterbaan in: Groeten uit Groningen, Een keuze uit de verzameling D. Stubbe, catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Harmoniecomplex Groningen van 16-4 t/m 29-4-2004, Instituut voor Kunst- en Architectuurgeschiedenis Rijksuniversiteit Groningen, pag.28,29,30.