Oranjesingel

Kunstenaar: 
Soort werk: 
Datering: 
1952
Afmetingen: 
35,5x28,5 cm

Vluchtig beschouwd is De Oranjesingel een topografisch doek, een stukje Groninger stad vastgelegd in winterse tooi. De stoffering is ontleend aan de werkelijkheid, maar eigenlijk gaat het in dit schilderij om iets anders. Wat de schilder hier verbeeldt is de typische atmosfeer die bij de winter hoort. Het licht is diffuus, de kleuren zijn gedempt, contouren en vormen vervloeien en lossen op in een mistige lucht, alles is doortrokken van een waterige kou en lijkt roerloos.

Het accent in de compositie ligt op de vaal bruine bomen links op de voorgrond, neergezet in enkele losse penseelstreken. Het grijsblauw van het water in de verte doorbreekt met zijn kleurschakering op subtiele wijze het grauwe wit van de sneeuw. Werkelijkheid en beleving, vertaald in bijna abstract aandoende beelden. Arnold Willem Kort was de zeventig al gepasseerd toen hij dit doek schilderde. Het sobere, ingetogen karakter is kenmerkend voor zijn schilderstijl op latere leeftijd.Hoewel de schilder zijn leven lang bleef uitgaan van de werkelijkheid, liet hij de vormen in zijn werk uiteindelijk zo vervagen dat ze de materie lijken te ontstijgen en je van droombeelden zou kunnen spreken. A.W. Kort werd geboren in Haarlem, maar heeft lang genoeg in Groningen gewerkt en gewoond om tot de Groningse kunstenaars gerekend te kunnen worden.

Na zijn opleiding aan de Kunstnijverheidsschool onder bezielende leiding van leraren als Chris Lebeau en K. de Bazel, kwam hij in 1901 naar Groningen, waar hij een baan als decorateur had gekregen bij de meubelfabriek ‘Nederland’ van de firma J.A. Huizinga. Hier viel hij al gauw op door zijn ontwerpen voor gordijnstoffen, batiks en meubelen. In 1908 werd Kort leraar aan de academie Minerva. Hij was verbonden aan de afdeling Kunstnijverheid en gaf les in decoratief tekenen, batikken, lithograferen, houtsnijden en glas schilderen. Zijn leerlingen waren zeer op hem gesteld, sommigen zagen in hem zelfs een wijsgeer. Regelmatig kwamen ze bij hem thuis om over kunst te praten. Kort’s grote liefde was de oosterse kunst; hij verzamelde oriëntaalse voorwerpen, vroege Chinese keramiek en Japanse prenten. In zijn spaarzame vrije tijd tekende en schilderde hij. Aanvankelijk alleen exotische bloemen en planten die hij in de Hortus Botanicus in alle rust kon bestuderen. Zijn tekeningen uit de jaren ’20 verraden enige expressionistische invloeden: een uitbundig kleurgebruik en een zwierige stevig aangezette lijn.

Een tocht door Drenthe rond 1925 samen met collega kunstenaar, de beeldhouwer Willem Valk, deed hem kennismaken met het Drentse landschap. Hij keerde er vele malen terug om het te tekenen. Maar ook kleine alledaagse onderwerpen hadden evenveel waarde voor hem en werden met dezelfde precisie weergegeven. Kort is vooral bekend geworden om zijn landschappen. Na zijn pensionering verbleef hij veel op Vlieland. De landschappen die daar ontstonden zijn sober van vorm met een minimum aan verwijzingen naar de werkelijkheid. Eenzaamheid en leegte spelen een steeds grotere rol in zijn latere werk De kunstenaar leidde in Groningen een tamelijk teruggetrokken bestaan. Ondanks lovende kritieken werkte hij maar sporadisch mee aan tentoonstellingen. A.W. Kort overleed in 1972 in Groningen. Drie jaar later eerde Pictura hem postuum met een tentoonstelling.

Frédérique van der Palm

Gegevens ontleend aan : Francis van Dijk, Leraren van de Academie Minerva, Een keuze uit twee eeuwen kunst en kunstonderwijs in Groningen, 1998, SBBKG, pag. 64, 65 en 66. Groeten uit Groningen, Een keuze uit de verzameling D. Stubbe, catalogus bij de tentoonstelling Harmoniecomplex Groningen, Instituut voor Kunst- en Architectuurgeschiedenis Rijksuniversiteit Groningen, 2004, pag. 14 en 15.