Woonschepen Boterdiep

Kunstenaar: 
Soort werk: 
Datering: 
Ongedateerd

In de gevarieerde collectie die de SBBKG in 2008 van Derk Stubbe heeft verworven, bevindt zich ook deze mooie pasteltekening van de Groningse schilder Jan Altink.

Altink was een van de oprichters van “De Ploeg” (1918) en tevens de naamgever van deze Groninger kunstgroep. Zoals bekend waren het de schilders van De Ploeg die in de jaren twintig de schilderkunstige aspecten van het Groninger landschap ontdekten. Hun nieuwe kijk op het noorden in combinatie met hun artistieke vernieuwingsdrang leverde kunst op die tot dan toe onbekend was in Groningen. De leden troffen elkaar bij het Blauwborgje, twee boerderijen gelegen aan de Reitdiepsdijk vlakbij de stad. Daar werd intensief geschilderd en getekend, getuige de talrijke “Ploegschilderijen” die deze omgeving tot onderwerp hebben. Van de Ploegschilders was Jan Altink de beste landschapschilder. Zijn werk was voor anderen een aansporing om het Hogeland ook te gaan schilderen, zoals voor Jan van der Zee, die zich in 1922 met constructivistisch werk bij De Ploeg had aangesloten. Ook op het werk van Ekke Kleima, van huis uit wiskundeleraar, en Job Hansen, architect, had de ‘pur sang’ schilder Altink invloed. Vanaf 1927 trok hij regelmatig met beiden naar buiten om daar te schilderen.

Aanvankelijk schilderde hij expressionistische landschappen met contrastrijke vlakken, zwaar van kleur. Na 1925 koos hij voor een impressionistische benadering. Licht en ruimte gingen een belangrijke rol spelen. Er ontstonden schilderijen met harmoniërende kleuren, korte, losse penseelstreken, de verf bijna speels, luchtig opgebracht. Werken die de schoonheid van het zachte noordelijke licht en de ruimte van het Hogeland invoelbaar wisten te maken. Zijn nieuwe manier van schilderen vond veel navolging binnen De Ploeg.

Behalve schilder was Jan Altink een goed tekenaar. De tekeningen vormen een doorlopende schakel in de ontwikkeling van zijn oeuvre. Snelle, spontane schetsen, direct buiten gemaakt, waarin alleen dat werd vastgelegd wat hij als scherpe observator voor de voorstelling nodig achtte.

In deze pastel “Woonschepen Boterdiep” zien we de kracht van zijn tekenaarschap. Met enkele rake lijnen in zwart krijt heeft hij de karakteristieke vorm van een aangemeerde platbodem neergezet, met daarachter de boeg van een volgende boot. Het zwaard is even in zwart geaccentueerd; het weerspiegelende water met weinig middelen aangeduid. Een man op de oever is bezig de boot vast te leggen, wat het karakter van een momentopname versterkt.
De verticalen van de bomen op de oever reiken tot aan de bovenrand van de tekening en op de achtergrond zien we tussen de bomen de losse contouren van een dorpje met kerktoren. De verschillende kleuraanduidingen, het groen en lichtblauw van de boot met hier en daar een rood accent en het rood van de daken, verlenen de voorstelling een zekere dynamiek. Een schets, onuitgewerkt, wellicht vluchtig gemaakt, maar juist om zijn essentie zo trefzeker. Met deze pastel voert Jan Altink ons mee in de beleving van een lichte zomerse dag aan het Boterdiep en de schoonheid van aangemeerde woonschepen.

Frédérique van der Palm

Literatuur:
C. Hofsteenge, De Ploeg 1918-1941 De Hoogtijdagen, Groningen 1993; Lokaal Palet, Groningen, stad en land, gezien door zijn schilders 1900-2000. SBBKG, Groningen 2000; De Ploeg in Bergen, de keuze van Henk van Os, uit drie particuliere collecties, Cahier nr 7, Bergen 1999.