Zonder titel

Kunstenaar: 
Soort werk: 
Datering: 
1946

Sebastiaan Galis was goed op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de moderne kunst en verwerkte deze kennis in zijn eigen werk. Zo kunnen we zijn liefde voor het kubisme afleiden uit een serie pastels uit de jaren veertig en vijftig die zijn geïnspireerd op de werken van Picasso, zonder dat er sprake is van simpel epigonisme. De pastels van Galis zijn decoratieve voorstellingen, waarin de speelse geest van de kunstenaar zich manifesteert, evenals zijn gevoel voor kleur en materiaal.

Galis maakte op het eerste gezicht abstracte composities van kleurige vlakken, waarin men pas in tweede instantie de sterk gestileerde of gefragmenteerde menselijke figuren herkent. Meestal zijn ze bezig met een spel. Ze dragen maskers, spelen kaart, maken muziek, bedrijven de liefde, en vertoeven zowel in de kleurrijke fantasiewereld van de Groninger kunstenaar Bastiaan Galis als in die van Pablo Picasso, het grote voorbeeld uit Parijs. In het kunstwerk van de maand maart 2008 heeft Galis in pastelkrijt twee personen getekend, waarvan er een lui achterover op een bed ligt en de ander rechtop zit en cello speelt. Beide figuren zijn uiterst gefragmenteerd weergegeven. De anatomie is ontleed in een groot aantal geometrische vlakjes, waarin vaag verschillende lichaamsdelen te herkennen zijn. In tegenstelling tot de mensen zijn het bed en de cello tamelijk realistisch weergegeven. De totale indruk is er een van feestelijke kleurigheid waarin voor groen een verbindende hoofdrol is weggelegd. Sebastiaan Galis werd op 9 augustus 1890 geboren in Meerssen.

Na de middelbare school bezocht hij in Groningen de Academie Minerva, waar hij van 1907 tot 1919 werd opgeleid in goud- en zilversmeden en goud- en zilversmidstekenen. Nadat hij zijn einddiploma had behaald volgde Galis nog lessen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Omstreeks 1921 vestigde hij zich als zelfstandig kunstenaar in Groningen. Hoewel Bastiaan Galis prachtige voorwerpen maakte in goud en zilver, was de toewijding aan het ambacht kennelijk niet uitdagend genoeg. Galis wilde zijn reputatie vestigen als autonoom kunstenaar. Hij kreeg les in beeldhouwen van Jan Wiegers, zocht aansluiting bij De Ploeg en verzocht in 1925 om het lidmaatschap. Dit laatste werd echter geweigerd en ook een verzoek om deel te nemen aan de modeltekenavonden van De Ploeg werd in 1929 niet ingewilligd. Coryfeeën als Wiegers, Van der Zee, Altink en Werkman toetsten de aspirant-leden aan de ware Ploeggeest en legden de lat hoog. Er waren echter meer kunstenaarsverenigingen, en zo exposeerde Galis tussen 1939 en 1940 als lid van De Regenboog en sloot hij zich na de oorlog aan bij De Onafhankelijken te Amsterdam. Behalve portretten in steen of brons maakte Galis als beeldhouwer een aantal verzetsmonumenten. En van figuratief schilder evolueerde hij tot een vertegenwoordiger van de abstracte richting.

Annemarie Timmer