De IJsel

Soort werk: 
Datering: 
ongedateerd

Gezicht op een rivier, een geliefd thema bij kunstenaars die zich toeleggen op het landschap. Riekele Prins was zo’n kunstenaar. Honderden etsen, pen- en krijttekeningen heeft hij nagelaten van landschappen met pittoreske dorpjes en kerktorens, van havens met boten, van plassen en sloten met rietkragen. Traditionele beelden, naturalistisch getekend, soms gedetailleerd, soms schetsmatig, maar altijd sfeervol en nostalgisch van karakter.

In deze ets “De IJsel” komt zijn beheersing van het genre goed tot zijn recht. Hij kiest voor een panoramische blik op de brede rivier die met een flauwe bocht langzaam in de verte verdwijnt. Het oog blijft even rusten op de donker aangezette kluiten aarde van de uiterwaarden op de voorgrond om daarna de loop van de rivier te volgen tot aan de horizon. Daar zijn de wazige contouren van een dorpje te ontdekken.

Doordat de horizonlijn hoog in het beeld is geplaatst komt de nadruk helemaal op het water te liggen. Veel van Riekele Prins’ landschappelijke taferelen hebben vaak woeste wolkenpartijen, opzwiepend water en wuivende riet of korenvelden. Hier niets van dit alles. Verstilling, rimpelloos water op een paar kringen na, veroorzaakt door het bootje dat voorbij is gevaren; een effen, bedekte lucht die door weerkaatsing het water doet oplichten. Tegelijk valt de immense vlakheid van het omringende land op. Subtiel met een juist gevoel voor sfeertekening is in deze ets het waterlandschap van De IJsel verbeeld. In de landschappen van Riekele Prins lijkt tijd geen rol te spelen.

Riekele Prins werd geboren in 1905 in het Friese Kollumerzwaag als zoon van een losarbeider. Hij kwam uit een groot gezin en moest direct na de lagere school bij zijn vader op de vlasfabriek werken. Al op jonge leeftijd maakte hij in zijn vrije tijd tekeningen van de omgeving of portretten van de arbeiders. Dankzij zijn vriend Ties Allersma, die tekenonderwijs volgde, kwam hij op een avondcursus tekenen en schilderen in Groningen terecht. In 1934 sloot hij zich samen met Herman van Wissen aan bij de pasopgerichte kunstkring De Regenboog. Naast exposities met leden van de groep kreeg Prins geleidelijk aan meer privé opdrachten die hij uit zakelijk oogpunt wel moest accepteren, hoewel hij het liefst met zijn werk onafhankelijk had willen blijven. Toen De Regenboog na de oorlog werd opgeheven, sloten enkele oude leden onder wie Prins en Van Wissen zich aan bij De Ploeg. Prins raakte bevriend met Jan Altink met wie hij ondermeer naar België reisde om er te schetsen. Later ondernam hij samen met zijn vrouw reizen naar Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland met hetzelfde doel: veel tekenen en schetsen in de open natuur. Dat deed hij ook in de provincie. Vaak werkte hij in de omgeving van het Reitdiep of bij het Wad.
In 1952 kreeg hij de culturele prijs van de Provincie Groningen om de zeggingskracht van zijn werk. “Hij heeft de nuchtere Groningers geleerd om de schoonheid van hun eigen land te leren begrijpen”, aldus de commissie.De prijs droeg ertoe bij dat de belangstelling voor zijn werk toenam.
Riekele Prins was pas negenenveertig jaar oud, toen hij in1954 overleed op het hoogtepunt van zijn carrière.

Frédérique van der Palm

Gegevens ontleend aan:
Groeten uit Groningen. Een keuze uit de verzameling D. Stubbe. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling van 16.04.2004 t/m 29.04.2004. Harmoniecomplex Groningen. Instituut voor Kunst- en Architectuurgeschiedenis Rijksuniversiteit Groningen.Natalja Oosterbaan, pag. 25 en 26.